ECLI:NL:CRVB:2019:3736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellant diende op 15 augustus 2016 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Lelystad wees de aanvraag af omdat appellant weigerde mee te werken aan een huisbezoek op 13 oktober 2016, wat een schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht vormde. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen.
De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank stelde dat het huisbezoek noodzakelijk is om de woonsituatie te verifiëren en dat appellant ondubbelzinnig zijn toestemming had geweigerd, ook nadat hem de gevolgen waren uitgelegd. De verklaring van appellant dat hij het huisbezoek niet kon toestaan vanwege het ophalen van zijn kind werd niet gevolgd, omdat medewerkers rekening hadden gehouden met zijn situatie en tot 12:25 uur op hem hadden gewacht.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet had geweigerd, maar alleen zijn kind moest ophalen, en dat er sprake was van gezinsproblematiek en een ondertoezichtstelling. De Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet maakten dat appellant niet kon meewerken aan het huisbezoek. De Raad vond de gemotiveerde overwegingen van de rechtbank juist en bevestigde het bestreden besluit, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen vanwege weigering medewerking huisbezoek.