Verzoekster, werkzaam als medior penitentiair inrichtingswerker, liep in 2005 tijdens verplichte dienstsport een knieblessure op door een ongeluk met een collega. De minister van Justitie en Veiligheid erkende geen aansprakelijkheid voor de schade en wees de schadevergoeding af, behalve een bedrag van €10.000,- als genoegdoening voor tekortkomingen in het re-integratietraject.
De rechtbank en de Raad bevestigden het besluit van de minister, waarbij de Raad een beperkte vergoeding voor buitengerechtelijke kosten toekende. De Raad oordeelde dat de minister aan zijn zorgplicht had voldaan en dat het ongeval een ongelukkige samenloop van omstandigheden betrof. Verzoekster diende een verzoek om herziening in met nieuwe feiten over vermeende intimidatie, schending van geheimhouding en nalatigheden van de minister.
De Raad oordeelt dat het verzoek niet onredelijk laat is ingediend, maar dat de nieuwe feiten niet leiden tot herziening omdat zij niet nieuw waren of niet tot een andere uitspraak zouden leiden. Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen en het tweede verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.