Verzoekster, sinds 2000 werkzaam als ambtenaar, liep in 2005 tijdens verplichte dienstsport een knieblessure op die als dienstongeval werd aangemerkt. De minister van Justitie en Veiligheid weigerde aansprakelijkheid voor de schade, een besluit dat in 2013 door de Raad werd bevestigd. Verzoekster heeft sindsdien driemaal tevergeefs om herziening gevraagd.
In het huidige vierde verzoek stelt verzoekster dat de bedrijfsarts die haar in 2003 keurde toen niet bevoegd was, wat volgens haar de eerdere uitspraak zou beïnvloeden. De Raad beoordeelt dat deze informatie niet voldoet aan de wettelijke criteria voor herziening, omdat het geen nieuwe feiten of omstandigheden betreft die tot een andere uitspraak zouden leiden.
De Raad concludeert dat het eerdere oordeel dat het ongeval een ongelukkige samenloop van omstandigheden was, blijft staan. Het verzoek om herziening wordt afgewezen, en verzoekster krijgt geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.