Uitspraak
16.1436 WWAJ-T
OVERWEGINGEN
7. Dit betekent dat het hoger beroep van het Uwv, zaak 16/1285, wordt aangehouden in afwachting van het door het Uwv te nemen nieuwe besluit op bezwaar.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft een Wajong-uitkering aangevraagd die door het UWV werd afgewezen op grond van een medische en arbeidskundige beoordeling waarbij werd aangenomen dat appellant meer dan 75% van het wettelijk minimumloon kon verdienen. Na bezwaar en beroep handhaafde het UWV dit besluit, maar de rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had onderzocht of de begeleiding in de geselecteerde functies voldoende was.
De Centrale Raad van Beroep heeft een onafhankelijke deskundige, psychiater De Graaff, geraadpleegd die concludeerde dat appellant vanwege een autismespectrumstoornis beperkingen heeft in communicatieve vaardigheden en duurbelastbaarheid. De deskundige achtte een urenbeperking van 4 uur per dag, vijf dagen per week, noodzakelijk.
Het UWV kon zich niet verenigen met deze urenbeperking, maar de Raad volgde de deskundige omdat diens rapport zorgvuldig en overtuigend was. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit een ontoereikende medische grondslag heeft en draagt het UWV op de FML aan te passen en een nieuw besluit te nemen over de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 februari 2006.
Het hoger beroep van het UWV wordt aangehouden in afwachting van het nieuwe besluit. De Raad geeft het UWV zes weken de tijd om het gebrek te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de FML aan te passen met een urenbeperking van 4 uur per dag, vijf dagen per week, en een nieuw besluit te nemen over de arbeidsongeschiktheid per 1 februari 2006.