ECLI:NL:CRVB:2019:3792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voortzetting ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellanten, gehuwd en beiden ontvangers van een ouderdomspensioen voor gehuwden, meldden hun uit elkaar gaan in maart 2017. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot echter het ouderdomspensioen voor gehuwden te handhaven omdat uit onderzoek bleek dat geen sprake was van duurzaam gescheiden leven.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden zij dat er wel degelijk sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Centrale Raad van Beroep toetste dit aan vaste jurisprudentie en overwoog dat het feit dat zij niet meer samenwoonden onvoldoende is om duurzaam gescheiden leven aan te nemen.
Belangrijke feiten waren dat appellante mede-eigenaar bleef van de woning, gezamenlijke bankrekeningen werden gebruikt en appellant bijdroeg aan de kosten van levensonderhoud van appellante. Dit duidde op het voortbestaan van de echtelijke samenleving.
De Raad concludeerde dat er geen gewilde verbreking van de echtelijke samenleving was en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten geen duurzaam gescheiden leven voeren en handhaaft het ouderdomspensioen voor gehuwden.