ECLI:NL:CRVB:2019:3825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing beroep tegen buitenwettelijk begunstigend beleid Coulanceregeling politie
Appellant, werkzaam bij de Politieacademie, werd met terugwerkende kracht geplaatst in de functie Operationeel Begeleider B met recht op OVW-periodieken. De korpschef kende hem een compensatie toe vanwege de lange duur van de procedure. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat hij vanaf 1 januari 2012 recht had op deze functie en periodieken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de Coulanceregeling geen wettelijke grondslag heeft en derhalve als buitenwettelijk begunstigend beleid geldt. De rechterlijke toetsing is beperkt tot de vraag of het beleid consistent is toegepast.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad stelt vast dat de Coulanceregeling niet is gebaseerd op artikel 17, eerste lid, van het Bbp en dat de toetsing zich beperkt tot consistentie. Er is geen aanleiding om te oordelen dat de korpschef het beleid jegens appellant niet consistent heeft toegepast. Het beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.