ECLI:NL:CRVB:2019:3878
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij Ziektewet-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland waarin het beroep tegen het besluit van het UWV om de Ziektewet-uitkering per 4 augustus 2015 te beëindigen, ongegrond werd verklaard.
Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellant alsnog werd gegrond verklaard en de Ziektewet-uitkering ongewijzigd werd voortgezet. Appellant vroeg vervolgens om opheldering over de gevolgen van dit besluit voor een mogelijke aansluitende WIA-uitkering.
Het UWV gaf aan dat een Ziektewet-uitkering niet automatisch leidt tot een WIA-uitkering en dat appellant zal worden opgeroepen voor een WIA-beoordeling. De Centrale Raad oordeelde dat het geschil zich beperkt tot de Ziektewet-uitkering en dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.