Uitspraak
17.3625 WIA
28 maart 2017, 16/4467 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
26 februari 2008 heeft hij zich ziek gemeld voor dit werk wegens rugklachten. Hij is per
23 februari 2010 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich in 2008 ziek wegens rugklachten en kreeg in 2010 een WIA-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2016 werd zijn uitkering beëindigd vanwege een arbeidsongeschiktheid van 29,84%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onzorgvuldig was en de rapporten onvoldoende waren gemotiveerd, en bood hij aan om werkzaamheden met behoud van uitkering uit te voeren om zijn beperkingen te toetsen. Het UWV handhaafde het besluit en benadrukte dat de FML was aangepast na aanvullende medische informatie en dat het voorstel van appellant geen juridische grondslag had.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, alle relevante medische informatie was betrokken, en de beperkingen deugdelijk waren gemotiveerd. Er was geen aanleiding tot twijfel aan de medische beoordeling en het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen. De theoretische benadering van het UWV was passend binnen het toetsingskader.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering en wijst het hoger beroep af.