ECLI:NL:CRVB:2019:3908
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afstemming bijstand wegens verrekening inkomsten en woonlasten door derden
Appellant vroeg op 31 maart 2017 bijstand aan, welke aanvankelijk werd afgewezen wegens onvoldoende financiële informatie. Na bezwaar verstrekte appellant aanvullende gegevens, waarna het college bij besluit van 21 december 2017 bijstand toekende op basis van de norm voor een alleenstaande met kostendeler. Stortingen op de bankrekening in juli, september en oktober 2017 werden als inkomsten aangemerkt; bedragen boven de norm als vermogen.
Daarnaast werd de bijstand in diverse maanden met 20% verlaagd omdat derden de huur rechtstreeks aan de woningbouwvereniging betaalden, wat een substantiële besparing voor appellant betekende. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij niet vrij over de gestorte bedragen kon beschikken en dat de huurbetalingen geen geldleningen waren.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen zonder nieuwe gronden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de aangevallen uitspraak, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.