ECLI:NL:CRVB:2019:3917
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, een uitkeringsgerechtigde vervolgde uit 1942, verzocht om uitbreiding van zijn vergoeding voor huishoudelijke hulp van een halve dag naar twee dagdelen per week. Verweerder wees dit verzoek af omdat geen medische noodzaak voor uitbreiding was vastgesteld.
De Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van het beleid dat personen van 70 jaar of ouder een vergoeding voor twee dagdelen kunnen krijgen indien zij niet meer in staat zijn lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten door medische beperkingen. Dit kan ook gelden bij causale psychische aandoeningen in combinatie met (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag.
Geneeskundige adviseurs concludeerden na persoonlijk onderzoek en heroverweging dat appellant geen medische noodzaak heeft voor meer dan het reeds toegekende ene dagdeel huishoudelijke hulp. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant niet in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten of dat sprake is van (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag.
Daarom handhaafde de Raad het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp wordt afgewezen wegens het ontbreken van een medische noodzaak.