ECLI:NL:CRVB:2019:3924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wmo 2015 bevestigd
Appellante had bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een aanvraag ingediend voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Dit verzoek werd afgewezen, en de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. De rechtbank oordeelde dat de adviezen van het IAB zorgvuldig en objectief waren en dat er geen medische noodzaak was voor een gesloten buitenwagen. Appellante moest zich volgens de rechtbank aanpassen aan haar beperkingen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische adviezen onzorgvuldig waren en dat de combinatie van scootmobiel en AOV onvoldoende was vanwege haar klachten, zoals gevoelloosheid en problemen bij transfers. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het onderzoek onzorgvuldig was of dat de adviezen onjuist waren.
De Raad concludeerde dat de vervoersvoorziening zoals toegekend passend en toereikend is en dat appellante niet is aangewezen op een gesloten buitenwagen. Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten aan appellante toe te wijzen. De uitspraak werd ter zitting van 20 november 2019 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.