ECLI:NL:CRVB:2019:3928
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onvoldoende medische motivering in WAO-herbeoordeling
Appellante ontvangt sinds 1999 een WAO-uitkering vanwege psychische problematiek. Het UWV heeft in 2010 de uitkering herzien tot 55-65% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op medische en arbeidskundige beoordelingen. Na een bezwaarprocedure handhaafde het UWV dit besluit in 2016, ondanks nieuwe diagnoses zoals ASS.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het UWV zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de thuissituatie geen rol speelt in de beoordeling van arbeidsongeschiktheid. Appellante stelde in hoger beroep dat haar psychische en lichamelijke beperkingen onvoldoende waren meegewogen, mede door de zorg voor haar kinderen met autisme.
De Raad oordeelt dat het UWV onvoldoende medische onderbouwing heeft gegeven, met name omdat de ernst van de problematiek en de impact op het functioneren onvoldoende zijn meegewogen. De Raad vernietigt het bestreden besluit en draagt het UWV op een nieuwe, deugdelijke medische beoordeling te verrichten, waarbij de door appellante verstrekte informatie per oktober 2017 betrokken moet worden. Tevens wijst de Raad het verzoek om schadevergoeding af vanwege onzekerheid over de uitkomst van het nieuwe besluit.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende medische motivering en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beoordeling te verrichten.