ECLI:NL:CRVB:2019:3984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor telefonistfunctie
Appellant, laatstelijk werkzaam als woningstoffeerder, meldde zich ziek met klachten aan beide handen en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na medisch en arbeidskundig onderzoek stelde het UWV vast dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen in andere functies, waaronder telefonist.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, stellende dat het onderzoek onzorgvuldig was en zijn beperkingen niet juist waren ingeschat. Hij overlegde expertiserapporten van een verzekeringsarts die de beperkingen groter achtte dan het UWV had vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de beperkingen juist had ingeschat. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Ook indien de beperkingen volgens de door appellant ingeschakelde arts zouden gelden, blijft de functie van telefonist passend. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, waarmee het recht op ziekengeld werd ontzegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt ontzegd omdat appellant geschikt is voor de functie van telefonist.