Uitspraak
19.1873 WIA
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was op de einddatum van de wachttijd. Na een melding van verslechterde gezondheid in 2017 heeft het UWV vastgesteld dat er sprake is van toegenomen beperkingen door een nieuwe ziekteoorzaak, niet voortkomend uit dezelfde oorzaak als bij de oorspronkelijke beoordeling.
De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de toegenomen rugklachten een nieuwe ziekteoorzaak vormen. De Raad bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. Uit het medisch onderzoek blijkt dat de rugklachten niet objectief waren bij de eerdere beoordeling en dat er geen toename van psychische beperkingen is vastgesteld.
De Raad oordeelt dat zonder toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak geen beoordeling van arbeidskundige aspecten meer aan de orde is. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat geen sprake is van toename van beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak.