ECLI:NL:CRVB:2019:3993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Een voormalig werknemer van appellante meldde zich ziek wegens psychische klachten en kreeg per 9 mei 2016 een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend. Het Uwv concludeerde dat hij volledig arbeidsongeschikt was, maar niet duurzaam, waardoor hij geen recht had op een IVA-uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat het onderzoek van het Uwv zorgvuldig was en de medische beoordelingen van verzekeringsartsen gemotiveerd en inzichtelijk waren. De rechtbank vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling, waarbij ook rapporten van psychiaters werden meegewogen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er tegenstrijdige visies van psychiaters waren en dat een onafhankelijke deskundige geraadpleegd had moeten worden. De Raad oordeelde dat dit niet tot een ander oordeel leidt, omdat ook de pessimistische psychiater behandelmogelijkheden noemde en het Uwv-onderzoek geen aanleiding gaf tot twijfel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak dat geen sprake is van duurzaam volledige arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wet WIA, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van de loongerelateerde WGA-uitkering blijft gehandhaafd.