ECLI:NL:CRVB:2019:4
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over re-integratie-inspanningen bij arbeidsconflict
Appellante was werkgever van een werknemer die zich ziek meldde na een incident op de werkvloer. De werkgever staakte de loonbetaling, maar werd door de kantonrechter veroordeeld tot loonbetaling. De bedrijfsarts stelde dat de klachten van werknemer niet op ziekte berustten, maar op een arbeidsconflict, en adviseerde mediation.
De werknemer vroeg een deskundigenoordeel aan het UWV, dat concludeerde dat werknemer door psychopathologie zijn werk niet kon doen. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden en werknemer kreeg een Ziektewetuitkering, die het UWV vervolgens op appellante wilde verhalen wegens onvoldoende re-integratie.
De rechtbank oordeelde dat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht en het mediationadvies negeerde. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat het conflict en tegenstrijdige medische adviezen re-integratie bemoeilijkten en dat de kosten van mediation niet in verhouding stonden tot de korte resterende duur van het dienstverband.
De Raad vernietigde het eerdere besluit over het verhaalsbedrag en oordeelde dat appellante onvoldoende re-integratie-inspanningen had geleverd zonder deugdelijke grond. Het arbeidsconflict en de korte duur van het dienstverband konden appellante niet vrijwaren van haar verplichtingen. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.