ECLI:NL:CRVB:2019:4000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en toekenning WIA-uitkering na medische en deskundigenrapportage
Appellante was werkzaam als projectcoördinator en meldde zich op 24 juni 2013 ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV kende haar op grond van de Wet WIA een loongerelateerde WGA-uitkering toe vanaf 22 juni 2015, omdat zij voor 69,69% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en achtte het medisch onderzoek zorgvuldig.
In hoger beroep stelde appellante dat de verzekeringsartsen van het UWV niet onafhankelijk zijn en dat haar medische situatie onvoldoende was meegewogen. De Raad benoemde daarop een onafhankelijke neuroloog, dr. A. Verrips, die concludeerde dat de beperkingen van appellante op de datum in geding niet verder reikten dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 22 juni 2015.
De Raad oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend en zorgvuldig was en dat de functies waarop de arbeidsdeskundige de mate van arbeidsongeschiktheid baseerde medisch geschikt waren. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante op 22 juni 2015 terecht is vastgesteld op 69,69%.