ECLI:NL:CRVB:2019:4016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant was na een bedrijfsongeval arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde daarom de uitkering per 10 januari 2017.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn fysieke en psychische klachten ernstiger waren dan vastgesteld, met name door meerdere bedrijfsongevallen, astma en psychische problematiek die leidde tot specialistische zorg en medicatie. Hij stelde dat hij niet in staat was tot het verrichten van fulltime arbeid en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht. De Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel en stelt vast dat de medische rapporten en functionele mogelijkhedenlijst adequaat zijn opgesteld en dat de geselecteerde voorbeeldfuncties passend zijn. De psychische klachten waren onvoldoende onderbouwd voor de datum in geding.
Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering per 10 januari 2017 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.