ECLI:NL:CRVB:2019:4036

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 december 2019
Publicatiedatum
12 december 2019
Zaaknummer
18/5665 AOW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 derde lid aanhef en onder b AOW
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening ouderdomspensioen wegens niet duurzaam gescheiden leven

Appellant ontving een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) als ongehuwde pensioengerechtigde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) herzag dit pensioen met ingang van 4 juli 2017 naar het gehuwde tarief en vorderde het teveel betaalde bedrag terug, omdat appellant sinds 15 oktober 2016 gehuwd was en niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat niet was voldaan aan het begrip duurzaam gescheiden leven. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij en zijn echtgenote pas vanaf oktober 2017 samen konden wonen, en dat tot die tijd sprake was van duurzaam gescheiden leven.

De Raad verwijst naar vaste rechtspraak en oordeelt dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde, omdat het niet samenwonen werd veroorzaakt door omstandigheden en niet door de wil om niet samen te wonen. Het regelmatig contact en de intentie om samen te leven ondersteunen dit oordeel.

Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van het pensioen en de terugvordering door de Svb worden bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde en dat de herziening en terugvordering van het ouderdomspensioen door de Sociale verzekeringsbank terecht zijn.

Uitspraak

18.5665 AOW-PV

Datum uitspraak: 5 december 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 9 oktober 2018, 18/1582 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: J.J.T. van den Corput
Griffier: B.V.K. de Louw
Appellant is ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. A.A. Bouwman, advocaat. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. E.M. Mulder.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Appellant ontvangt met ingang van 4 juli 2017 een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), laatstelijk voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Hierbij ging de Svb ervan uit dat appellant ongehuwd is. Bij besluiten van 29 november 2017, in stand gelaten bij de beslissing op bezwaar van 20 maart 2018 (bestreden besluit), heeft de Svb het ouderdomspensioen van appellant met ingang van 4 juli 2017 herzien naar dat voor een gehuwde pensioengerechtigde en het teveel betaalde ouderdomspensioen van 4 juli 2017 tot en met november 2017 van appellant teruggevorderd. Aan de besluitvorming ligt ten grondslag dat de Svb is gebleken dat appellant sinds 15 oktober 2016 is gehuwd en dat niet is gebleken dat appellant duurzaam gescheiden leeft van zijn echtgenote als bedoeld in artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Volgens appellant had de Svb tot het moment in oktober 2017, toen zijn Chinese echtgenote zich in Nederland kon vestigen, uit moeten gaan van duurzaam gescheiden leven.
4. Voor zijn vaste rechtspraak over het begrip duurzaam gescheiden leven verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 19 september 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3017 en ECLI:NL:CRVB:2019:3018.
5. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat appellant niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote in de periode dat zij nog in China woonde, omdat geen sprake was van niet willen samenwonen, maar van nog niet kunnen samenwonen. De rechtbank heeft hierbij terecht van belang geacht dat appellant en zijn echtgenote regelmatig contact met elkaar hadden en dat appellant ter zitting heeft herhaald dat zij zijn gehuwd omdat zij een signaal aan de overheid wilden geven dat ze samen door het leven willen gaan. Ook in hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij en zijn echtgenote met hun huwelijk steeds de intentie hadden om samen door het leven te gaan. Dit betekent dat de Svb het ouderdomspensioen van appellant terecht met ingang van 4 juli 2017 heeft herzien in dat voor een gehuwde pensioengerechtigde en het teveel betaalde ouderdomspensioen terecht heeft teruggevorderd. Wat appellant verder in hoger beroep heeft aangevoerd, vormt in essentie een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd en kan niet leiden tot een vernietiging van de aangevallen uitspraak. Het hoger beroep slaagt niet.
6. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B.V.K. de Louw (getekend) J.J.T. van den Corput
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip duurzaam gescheiden leven.