ECLI:NL:CRVB:2019:4058
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster en meldde zich ziek met hoofdpijn- en psychische klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%, die later werd beëindigd omdat de arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beëindiging ongegrond, waarbij het rapport van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige als voldoende zorgvuldig werd beoordeeld. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht om een onafhankelijke deskundige.
De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die de eerdere conclusies van het UWV bevestigde en geen psychiatrische stoornis op de datum van het besluit vaststelde. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht in stand kon blijven en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering per 12 oktober 2015 wordt bevestigd.