ECLI:NL:CRVB:2019:4097
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing eerdere bijstandsaanvraag wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant heeft op 21 juni 2018 bijstand aangevraagd die het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft toegekend vanaf die datum. Het college weigerde bijstand toe te kennen met ingang van een eerdere datum, omdat appellant niet eerder woonachtig was in de gemeente en geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege bijzondere omstandigheden recht had op bijstand vanaf 7 mei 2018 of 6 juni 2018, omdat hij dacht niet eerder te kunnen aanvragen vanwege lopende procedures en vanaf 15 juni contact had gezocht met de gemeente.
De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om een eerdere ingangsdatum te rechtvaardigen. Tevens bleek uit stukken dat een eerdere aanvraag van 7 mei 2018 reeds was afgewezen. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening van dat besluit rechtvaardigden. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand wordt toegekend vanaf 21 juni 2018.