ECLI:NL:CRVB:2019:4128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld na medische beoordeling door UWV
Appellante was expeditiemedewerkster en meldde zich ziek met fysieke klachten. Het UWV stelde vast dat zij per 3 mei 2017 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen in andere functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het medisch oordeel van de UWV-verzekeringsartsen volgde die een aanpassingsstoornis vaststelden zonder ernstige beperkingen.
In hoger beroep voerde appellante nieuwe medische informatie aan, waaronder een rapport van bedrijfsarts Wijers, en stelde dat zwaardere beperkingen en een urenbeperking moesten worden erkend. De Raad oordeelde dat deze nieuwe informatie het eerdere oordeel niet aantast. De UWV-verzekeringsarts had overtuigend toegelicht dat de validiteitstest van psychiater De Waard adequaat was om malingering uit te sluiten.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanleiding was een onafhankelijke deskundige te raadplegen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd eveneens afgewezen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld blijft beëindigd.