ECLI:NL:CRVB:2019:4134
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld op grond van voldoende medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, laatst werkzaam als dierenverzorgster, meldde zich ziek met longklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling stelde het UWV vast dat zij meer dan 65% van haar oude loon kon verdienen in andere functies, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellante betwistte dit en voerde aan dat haar beperkingen, waaronder energetische klachten en vermoeidheid, onvoldoende waren meegenomen en dat zij een urenbeperking behoefde. Zij overlegde een verklaring van haar longarts ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen juist had vastgesteld. De aanvullende medische informatie ondersteunde geen zwaardere beperkingen. Daarom is het besluit tot beëindiging van het ziekengeld terecht en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.