Uitspraak
15.4835 WIA
18 juni 2015, 14/7346 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een Turkse staatsburger met een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, ontving een WIA-uitkering met toeslag. Na remigratie naar Turkije beëindigde het UWV de toeslag op grond van artikel 4a van de Toeslagenwet, omdat appellant niet meer in Nederland woonde.
Appellant stelde dat het associatierecht en het arrest Akdas c.s. bescherming boden tegen intrekking van de toeslag. De rechtbank verwierp dit beroep, stellende dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt was en zijn verblijfsrecht in Nederland nog bestond.
De Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU, dat in het arrest Ҫoban oordeelde dat artikel 6 van Pro Besluit 3/80 en artikel 59 van Pro het Aanvullend Protocol zich niet verzetten tegen intrekking van toeslag bij remigratie als de betrokkene langdurig ingezetene was.
De Raad concludeerde dat appellant zijn toeslag terecht was kwijtgeraakt en bevestigde het bestreden besluit. De uitspraak benadrukt de gelijkheid van behandeling tussen Turkse langdurig ingezetenen en EU-burgers onder de Toeslagenwet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de toeslag beëindigd na remigratie van appellant met langdurig ingezetenenstatus.