ECLI:NL:CRVB:2019:4152
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering eerdere toekenning dubbele kinderbijslag wegens ontbreken bijzondere gevallen
Appellant ontving dubbele kinderbijslag voor zijn zoon van het eerste kwartaal 2015 tot en met het tweede kwartaal 2016. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde dat voor voortzetting een geldig CIZ-advies en nieuwe aanvraag noodzakelijk waren. Appellant diende op 8 maart 2017 een aanvraag in, waarop de Svb dubbele kinderbijslag vanaf het eerste kwartaal 2017 toekende.
Appellant maakte bezwaar tegen de toekenning vanaf het eerste kwartaal 2017 en vorderde toekenning vanaf het derde kwartaal 2016, stellende dat sprake was van een bijzonder geval en een beroep op het vertrouwensbeginsel. De Svb wees het bezwaar af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de wet geen afwijking toestaat en het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat appellant de brief waarin een nieuwe aanvraag werd gevraagd niet ontving.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelt vast dat sinds 1 januari 2016 de Svb niet langer bevoegd is om in bijzondere gevallen af te wijken van de wettelijke regel dat de dubbele kinderbijslag niet eerder kan ingaan dan het kwartaal van de aanvraag. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van dubbele kinderbijslag blijft met ingang van het eerste kwartaal 2017 gehandhaafd.