ECLI:NL:CRVB:2019:4169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar Ziektewet-uitkering wegens termijnoverschrijding
Betrokkene ontving een Ziektewet-uitkering die per 3 mei 2017 werd beëindigd door het UWV. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het UWV niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege een verschoonbare termijnoverschrijding, mede gebaseerd op verklaringen van behandelaars van betrokkene.
Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat betrokkene op 6 mei 2017 digitaal een WW-aanvraag kon indienen en dat er geen reden was waarom zij niet ook tijdig bezwaar had kunnen maken. De Raad onderzocht de medische gegevens en verklaringen, waaronder die van een boekhouder die bevestigde dat betrokkene zelfstandig haar administratie besprak en een WW-aanvraag deed.
De Raad concludeerde dat uit de stukken niet blijkt dat betrokkene niet in staat was om tijdig bezwaar te maken, ook niet met hulp van derden. De verklaring van behandelaars kon niet aantonen dat betrokkene gedurende de gehele termijn niet in staat was tot tijdige actie. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard omdat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.