ECLI:NL:CRVB:2019:4190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft zich op 12 mei 2017 ziek gemeld en een WIA-uitkering aangevraagd wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV heeft op basis van medische onderzoeken, waaronder een psychiatrische expertise, vastgesteld dat appellante geschikt is voor bepaalde functies en geen recht heeft op een WIA-uitkering per 1 februari 2017 en geen recht op Ziektewet-uitkering per 2 november 2017.
De rechtbank heeft deze besluiten bevestigd en geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig en deugdelijke onderbouwd is. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met haar klachten, maar dit verweer is door de Raad verworpen.
De Raad motiveert dat de medische onderzoeken, inclusief het psychiatrisch rapport, grondig zijn uitgevoerd en dat de arbeidsdeskundige de belastende factoren van de geselecteerde functies voldoende heeft toegelicht. De Raad concludeert dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist is vastgesteld en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.