ECLI:NL:CRVB:2019:4200
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens verzuim afgewezen
Appellante had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepsgronden niet tijdig waren ingediend. Appellante deed vervolgens verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat zij door een hartoperatie niet in staat was om tijdig de gronden in te dienen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de termijn genoemd in artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een fatale termijn is. Appellante heeft geen voldoende feiten of omstandigheden aangevoerd die rechtvaardigen dat zij niet in verzuim was. Bovendien heeft zij niet bewezen dat zij gedurende de gehele termijn niet in staat was de gronden in te dienen, en het lag op haar weg om een derde in te schakelen.
Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 december 2019.
Uitkomst: Het verzet van appellante tegen de niet-ontvankelijkverklaring wordt ongegrond verklaard.