ECLI:NL:CRVB:2019:4211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- W.H. Bel
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding bezit onroerende zaak in Turkije
Appellant ontving vanaf 2008 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) van de Sociale verzekeringsbank (Svb). In het kader van een onderzoek naar de rechtmatigheid van deze bijstand heeft appellant op een formulier aangegeven eigenaar te zijn van een woning in Turkije. De Svb heeft daarop een onderzoek laten uitvoeren via het Bureau Attaché van de Nederlandse ambassade in Turkije, waarbij is vastgesteld dat appellant een onroerende zaak bezit.
De Svb heeft op basis van deze bevindingen de AIO-aanvulling over de periodes 2008-2013 en 2013-2015 ingetrokken en de kosten teruggevorderd. Tevens is een boete opgelegd wegens het niet melden van het bezit van de woning. Appellant heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld tegen deze besluiten.
De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat het bewijs dat via het onderzoek in Turkije is verkregen, niet onrechtmatig is, ook al zou het volgens Turks recht anders zijn. De Raad oordeelt dat de Svb terecht heeft vastgesteld dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door het bezit van de woning niet te melden. De opgelegde boete is proportioneel. De Raad bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en de opgelegde boete wegens niet-melding van het bezit van een woning in Turkije.