ECLI:NL:CRVB:2019:422
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijzondere bijstand voor schilderkosten bij verhuizing
Appellante, een Wajong-uitkeringsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor verhuiskosten, waaronder dubbele huur, reiskosten en het inhuren van schilders en klussers. Het college verleende gedeeltelijk bijstand, maar wees de kosten van extra dubbele huur, reiskosten en klussers af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij recht had op vergoeding van deze kosten vanwege haar medische situatie en de noodzaak van een kant-en-klare woning. De Raad beoordeelde of de kosten noodzakelijk waren en voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 35 PW Pro.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij extra reiskosten en een extra maand dubbele huur had gemaakt. De kosten van klussers werden niet noodzakelijk geacht, omdat goedkopere alternatieven beschikbaar waren. De kosten voor het inhuren van schilders werden echter wel als noodzakelijk erkend, omdat appellante geen netwerk had om te helpen en de stelling van het college dat vrijwilligers dit gratis konden doen onvoldoende was onderbouwd.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de afwijzing van de schilderkosten betrof, verklaarde het beroep gegrond en droeg het college op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand voor schilderkosten wordt vernietigd en het college moet een nieuwe beslissing nemen.