ECLI:NL:CRVB:2019:4250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WIA-uitkering en Functionele Mogelijkhedenlijst door Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van appellant tegen het besluit van het UWV om hem per 21 oktober 2016 in aanmerking te brengen voor een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet WIA, berekend naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-80%.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het UWV had zorgvuldig onderzoek gedaan naar de psychische en lichamelijke klachten van appellant en deze verwerkt in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 6 januari 2017, waarin voldoende beperkingen waren opgenomen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de FML onjuist was, gesteund door een standpunt van zijn huisarts. De Raad oordeelde echter dat dit standpunt onvoldoende onderbouwd was en niet duidelijk maakte hoe de huisarts tot zijn conclusie kwam. Ook eerdere medische informatie bood geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de FML.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de functies waarop de WIA-beoordeling was gebaseerd medisch geschikt waren voor appellant. Omdat er geen twijfel bestond over de medische beoordeling, was inschakeling van een deskundige niet nodig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellant werd niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.