ECLI:NL:CRVB:2019:4251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvragen bijstand wegens onvoldoende bewijs woonadres
Appellant heeft op 2 januari 2017 een aanvraag om algemene bijstand gedaan en op 17 februari 2017 een aanvraag om bijzondere bijstand voor rechtsbijstandskosten. Het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven heeft deze aanvragen afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde.
De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Appellant stelde dat het opgegeven adres volledig was ingericht, met levensmiddelen, wasgoed en administratie aanwezig, wat bij een huisbezoek was vastgesteld. Echter, het college bracht tegenbewijs in, waaronder drie waarnemingen bij het adres van de vriendin van appellant waaruit bleek dat appellant doordeweeks 's ochtends vertrok, wat erop wijst dat hij daar de nacht doorbracht.
Daarnaast kon appellant tijdens het huisbezoek het lichtknopje in de badkamer niet onmiddellijk vinden, wat onlogisch is als hij daar daadwerkelijk woonde. Ook verklaarde een buurman dat hij appellant slechts een of twee keer per maand zag. Gezien dit tegenbewijs heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde. Hierdoor heeft hij zijn inlichtingenverplichting geschonden en kon het college het recht op bijstand niet vaststellen. De aanvragen zijn daarom terecht afgewezen.
Uitkomst: De aanvragen om bijstand zijn afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het opgegeven adres woonde.