ECLI:NL:CRVB:2019:4256

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
18/3821 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Wet algemene bepalingenArt. 120 GrondwetAlgemene OuderdomswetAlgemene nabestaandenwet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering overlijdens- en nabestaandenuitkering door Sociale Verzekeringsbank

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die de weigering van de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om een overlijdens- en nabestaandenuitkering toe te kennen, in stand hield.

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld zonder zitting, omdat partijen geen gebruik maakten van het recht om gehoord te worden. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en wijst het beroep af.

Appellante voerde aan dat de toepassing van de wet onbillijk was, maar de Raad benadrukte dat de rechter de innerlijke waarde of billijkheid van de wet niet mag toetsen en dat formele wetten niet aan algemene rechtsbeginselen mogen worden getoetst. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen.

De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de uitkeringen wordt bevestigd.

Uitspraak

18.3821 ANW

Datum uitspraak: 19 december 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
27 juni 2018, 17/7384 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats], Duitsland (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben niet binnen de gestelde termijn te kennen gegeven gebruik te willen maken van het recht om ter zitting te worden gehoord. De Raad heeft het onderzoek gesloten met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

OVERWEGINGEN

1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak (ECLI:NL:RBAMS:2018:4473) geoordeeld dat de weigering van de Svb om aan appellante een overlijdens- en een nabestaandenuitkering toe te kennen in rechte stand houdt.
2.1.
Appellante heeft de aangevallen uitspraak bestreden.
2.2.
De Svb heeft verzocht om de aangevallen uitspraak te bevestigen.
3. De Raad oordeelt als volgt.
3.1.
De Raad onderschrijft de aangevallen uitspraak en de motivering waarop deze uitspraak berust. Appellante heeft in hoger beroep betoogd dat de toepassing van de wettelijke regeling in haar geval onbillijk uitpakt. De rechter mag op grond van artikel 11 van Pro de Wet algemene bepalingen de innerlijke waarde of billijkheid van de wet echter niet beoordelen. Verder mogen wetten in formele zin, zoals in dit geval de Algemene Ouderdomswet en de Algemene nabestaandenwet, op grond van artikel 120 van Pro de Grondwet niet worden getoetst aan algemene rechtsbeginselen. De rechter mag niet treden in een belangenafweging die al door de wetgever is verricht of geacht moet worden te zijn verricht (zie het Harmonisatiewetarrest van de Hoge Raad van 14 april 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD5725). Ten slotte is er in dit geval geen sprake van heel bijzondere omstandigheden waarmee de wetgever geen rekening heeft gehouden.
3.2.
Uit 3.1 volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal daarom worden bevestigd.
4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van
P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2019.
(getekend) M.A.H. van Dalen-Van Bekkum
(getekend) P. Boer