ECLI:NL:CRVB:2019:4266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van verlies recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit hoger dan 65%
Appellante, werkzaam als thuiszorgmedewerkster, meldde zich ziek in april 2014 en kreeg ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een Eerstejaars ZW-beoordeling in februari 2015 werd vastgesteld dat zij met inachtneming van beperkingen meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Het Uwv besloot daarom per 9 mei 2015 het ziekengeld te beëindigen, wat door appellante werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar lichamelijke en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en vroeg om benoeming van een psychiater.
De Raad oordeelt dat de medische situatie op de peildatum correct is ingeschat, dat het aanvullende rapport van de orthopedisch chirurg onvoldoende waarde heeft omdat het niet over de peildatum gaat en dat de psychische beperkingen slechts lichte beperkingen veroorzaken. Eventuele toename van klachten na 9 mei 2015 kan niet worden meegewogen.
De geselecteerde functies zijn medisch geschikt voor appellante en haar verdiencapaciteit is voldoende om het recht op ziekengeld te ontzeggen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd omdat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.