ECLI:NL:CRVB:2019:428

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 januari 2019
Publicatiedatum
12 februari 2019
Zaaknummer
18/6225 PW-VV-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:104 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:81 AwbParticipatiewet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij intrekking bijstand wegens niet meewerken huisbezoek

Verzoeker had bijstand op grond van de Participatiewet ontvangen, die door het college van burgemeester en wethouders van Leiden op 3 april 2018 werd ingetrokken wegens niet volledige medewerking aan een noodzakelijk huisbezoek op 22 maart 2018. Dit besluit werd gehandhaafd bij besluit van 27 juni 2018. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af.

In hoger beroep richtte verzoeker zich tegen deze uitspraak en vroeg eveneens een voorlopige voorziening. Verzoeker stelde dat hij sinds de intrekking geen inkomsten had, waardoor een aanzienlijke huurachterstand was ontstaan en ontruiming dreigde. Ter zitting gaf verzoeker aan dat een ontruiming mogelijk kon worden afgewend indien hij weer bijstand of een voorschot daarop zou ontvangen.

Het college verstrekte inmiddels een voorschot van 90% van de toepasselijke bijstandsnorm naar aanleiding van een nieuwe aanvraag van verzoeker op 5 december 2018. Partijen kwamen overeen dat verzoeker zal meewerken aan een huisbezoek in het kader van deze aanvraag en dat het college de aanvraag spoedig zal afronden.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen actueel financieel spoedeisend belang bestaat voor het treffen van een voorlopige voorziening, nu het college al voorziet in voorschotten. Ook bleek geen zwaarder belang aanwezig dat de behandeling van de bodemprocedure zou verhinderen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een actueel spoedeisend belang.

Uitspraak

18/6225 PW-VV-PV
Datum uitspraak: 17 januari 2019
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
Proces verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)
het college van burgemeester en wethouders van Leiden (college)
Zitting heeft: F. Hoogendijk
Griffier: S.H.H. Slaats
Ter zitting is verzoeker verschenen, bijgestaan door mr. M.J. de Jongh, advocaat.
Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. L.J.A. Edelaar.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Bij besluit van 3 april 2018, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 27 juni 2018 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand die aan verzoeker op grond van de Participatiewet (PW) was verleend, ingetrokken met ingang van 22 maart 2018. Hieraan ligt het standpunt van het college ten grondslag dat verzoeker niet volledig heeft meegewerkt aan een noodzakelijk geacht huisbezoek op 22 maart 2018. De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 8 november 2018, 18/4750 en 18/6806 het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
2. In hoger beroep heeft verzoeker zich tegen deze uitspraak gekeerd, voor zover deze de ongegrondverklaring van het beroep betreft, en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening gedaan.
3. Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 8:81 van Pro de Awb, kan, indien, tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Namens verzoeker is aangevoerd dat het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is gelegen in het feit dat hij sinds 22 maart 2018 geen inkomsten heeft, waardoor een aanzienlijke huurachterstand is ontstaan en ontruiming dreigt. Ter zitting heeft verzoeker uiteengezet dat een ontruiming mogelijk is af te wenden indien hem weer bijstand, althans een voorschot daarop, wordt verstrekt.
5. Verzoeker heeft op 5 december 2018 een nieuwe aanvraag om bijstand gedaan. Het college heeft naar aanleiding daarvan inmiddels een voorschot verstrekt van 90% van de voor verzoeker toepasselijke norm, zijnde € 781,17.
6. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat verzoeker zal meewerken aan een in het kader van de nieuwe aanvraag af te leggen huisbezoek, en dat het college de behandeling van de aanvraag op korte termijn zal afronden.
7. Gelet op wat onder 5 en 6 is overwogen heeft verzoeker geen actueel financieel spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Deze zou, zoals verzoeker ter zitting heeft bevestigd, bestaan uit het voortzetten van de bijstand in de vorm van het verstrekken van voorschotten, waarin het college echter al voorziet.
8. Voorts is ook op andere wijze niet gebleken van een voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat de behandeling van de bodemprocedure niet door hem zou kunnen worden afgewacht.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier, De voorzieningenrechter,
(getekend) S.H.H. Slaats (getekend) F. Hoogendijk
md