ECLI:NL:CRVB:2019:4286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand ter compensatie van inkomstenterugval door detentie echtgenoot
Appellante en haar echtgenoot ontvangen sinds 2010 bijstand op grond van de Participatiewet. Na detentie van haar echtgenoot werd de bijstand verlaagd naar 50% van de norm voor gehuwden met één kostendeler. Appellante vroeg bijzondere bijstand aan ter compensatie van de inkomstenterugval.
Het college wees deze aanvraag af omdat bijzondere bijstand niet bedoeld is om algemene bestaanskosten te dekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad benadrukte het onderscheid tussen algemene bijstand, bedoeld voor noodzakelijke kosten van het bestaan, en bijzondere bijstand, bedoeld voor andere kosten. De detentie van de echtgenoot rechtvaardigt geen afwijking van deze regel. Het hoger beroep werd afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat deze niet bedoeld is voor algemene bestaanskosten.