ECLI:NL:CRVB:2019:4286

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2019
Publicatiedatum
19 december 2019
Zaaknummer
18/1171 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Participatiewet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand ter compensatie van inkomstenterugval door detentie echtgenoot

Appellante en haar echtgenoot ontvangen sinds 2010 bijstand op grond van de Participatiewet. Na detentie van haar echtgenoot werd de bijstand verlaagd naar 50% van de norm voor gehuwden met één kostendeler. Appellante vroeg bijzondere bijstand aan ter compensatie van de inkomstenterugval.

Het college wees deze aanvraag af omdat bijzondere bijstand niet bedoeld is om algemene bestaanskosten te dekken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.

De Raad benadrukte het onderscheid tussen algemene bijstand, bedoeld voor noodzakelijke kosten van het bestaan, en bijzondere bijstand, bedoeld voor andere kosten. De detentie van de echtgenoot rechtvaardigt geen afwijking van deze regel. Het hoger beroep werd afgewezen zonder toewijzing van proceskosten.

Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand wordt bevestigd omdat deze niet bedoeld is voor algemene bestaanskosten.

Uitspraak

18.1171 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Datum uitspraak: 17 december 2019
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 31 januari 2018, 17/3439 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Huizen (college)
Zitting heeft: W.H. Bel
Griffier: J.B. Beerens
Namens appellante is mr. N.W.F.M.. Wohlgemuth Kitslaar, advocaat, verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Vlaanderen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante en haar echtgenoot (X) ontvangen sinds 10 februari 2010 bijstand, laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW) naar de norm voor gehuwden met één kostendeler. Bij besluit van 14 november 2016 heeft het college de bijstand met ingang van 15 september 2016 herzien naar 50% van de norm voor gehuwden met één kostendeler, omdat X met ingang van 15 september 2016 in detentie verbleef. Bij besluit van 15 december 2016 heeft het college aan appellante en X met ingang van 13 december 2016 weer bijstand toegekend naar de norm voor gehuwden met één kostendeler, omdat X met ingang van 13 december 2016 uit detentie was. Op 21 december 2016 heeft appellante bijzondere bijstand aangevraagd ter aanvulling van de kosten van de vaste lasten en het levensonderhoud.
Bij besluit van 14 maart 2017, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 17 juli 2017 (bestreden besluit), heeft het college de aanvraag van appellante om bijzondere bijstand afgewezen. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaard.
Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij bijzondere bijstand heeft aangevraagd, omdat de algemene bijstand die zij in de periode van 15 september 2016 tot en met
12 december 2016 heeft ontvangen onvoldoende was om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan en verhoging van de algemene bijstand niet mogelijk was. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Met haar aanvraag van 21 december 2016 heeft appellante beoogd bijzondere bijstand te verkrijgen ter compensatie van de inkomensterugval door de verlaging van de bijstandsnorm naar 50% van de norm voor gehuwden met één kostendeler in verband de detentie van X. Deze aanvraag was dus in wezen gericht op het verkrijgen van bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraken van 17 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1418, en 6 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1600) wordt in de PW een strikt onderscheid gemaakt tussen algemene bijstand en bijzondere bijstand. Algemene bijstand is bedoeld om te voorzien in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, bijzondere bijstand om te voorzien in andere dan algemene bestaanskosten. Alleen al om die reden heeft appellante geen recht op de door haar aangevraagde bijzondere bijstand. Dat X met ingang van 15 september 2016 gedetineerd was, maakt dit niet anders. Hieruit volgt dat het college de aanvraag van appellante terecht heeft afgewezen.
Het hoger slaagt beroep niet. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) J.B. Beerens (getekend) W.H. Bel