ECLI:NL:CRVB:2018:1418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijzondere bijstand en toepassing kostendelersnorm bij bijstand
Appellante, die bijstand ontvangt als alleenstaande en samenwoont met haar meerderjarige zoon die een Wajong-uitkering ontvangt, verzocht om bijzondere bijstand ter compensatie van de inkomensdaling door de kostendelersnorm per 1 juli 2015. Het bestuur wees dit af omdat bijzondere bijstand niet bedoeld is voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en geen schrijnende situatie aanwezig was.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van het bestuur en beval nader onderzoek naar mogelijke compensatie. Na aanvullend onderzoek concludeerde het bestuur dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een verhoging van de bijstand rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de afwijzing ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bijzondere bijstand niet bedoeld is voor compensatie van algemene kosten zoals de inkomensterugval door de kostendelersnorm. De kostendelersnorm is wettelijk bedoeld om rekening te houden met schaalvoordelen bij samenwonen, ongeacht de aard van het inkomen of daadwerkelijke kostenverdeling. De door appellante aangevoerde schrijnende situatie en medische omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking. Ook het beroep op discriminatie vanwege leeftijd wordt verworpen omdat de PW en AOW verschillende regelingen zijn met eigen doelstellingen.
De Raad bevestigt daarmee de bestreden uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep wijst het hoger beroep af en bevestigt de toepassing van de kostendelersnorm zonder compensatie via bijzondere bijstand.