ECLI:NL:CRVB:2019:4302
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht bij weigering WIA-uitkering
Appellante had bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een WIA-uitkering aangevraagd, welke geweigerd werd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde appellante beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het griffierecht inmiddels was voldaan en verzocht om inhoudelijke behandeling van haar zaak. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter de niet-ontvankelijkverklaring, omdat de griffierechten pas na de gestelde termijn waren betaald en er geen omstandigheden waren die het verzuim konden rechtvaardigen.
De rechtbank had appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting en het risico van niet-ontvankelijkheid bij niet tijdige betaling. Ook haar beroep op betalingsonmacht werd afgewezen. De Raad concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.