Uitspraak
18.2300 WIA
30 maart 2018, 16/1431 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig kok, is sinds 2007 arbeidsongeschikt en ontvangt een WGA-uitkering. Na een herbeoordeling op verzoek van de verzekeraar van zijn failliete ex-werkgever is vastgesteld dat zijn arbeidsongeschiktheid 16,35% bedraagt, wat leidde tot het besluit de WGA-uitkering per november 2015 te beëindigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij het deskundigenrapport van psychiater F.B. van der Wurff als zorgvuldig en consistent beoordeelde. De rechtbank zag geen aanleiding voor aanvullend onderzoek, zoals een neuropsychologisch onderzoek, en achtte de geselecteerde functies passend.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank onterecht geen aanvullend neuropsychologisch onderzoek had gelast en dat het deskundigenrapport niet inzichtelijk was, met name over de urenbeperking. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het deskundigenrapport overtuigend en consistent is en dat de rechtbank terecht geen aanvullend onderzoek nodig achtte.
De Raad bevestigde het oordeel dat de geselecteerde functies geschikt zijn en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.