ECLI:NL:CRVB:2019:449

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 februari 2019
Publicatiedatum
13 februari 2019
Zaaknummer
18/4843 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen verlaging Wajong-uitkering niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding

Appellante ontving een verlaging van haar Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon, omdat zij geen informatie verstrekte voor de definitieve beoordeling van haar arbeidsvermogen. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd te laat ingediend. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege de termijnoverschrijding.

De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij het besluit op zo'n moment had ontvangen dat zij niet tijdig bezwaar kon maken. De enkele stelling van vertraagde ontvangst was onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.

In hoger beroep voerde appellante aan dat de verlaging van haar uitkering tot problemen leidde en verzocht om een uitzondering. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en stelde dat de problemen door de verlaging geen grond zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de verlaging van de Wajong-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

18.4843 WAJONG

Datum uitspraak: 13 februari 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
25 juli 2018, 18/1063 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. S.L. Soedamah, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2019. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadour.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante is in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij brief van
25 oktober 2016 en herhaald bij brief van 6 december 2016 heeft het Uwv appellante geïnformeerd over de voorlopige beoordeling van haar arbeidsvermogen en haar verzocht om een bijgesloten formulier in te vullen en terug te sturen voor de definitieve beoordeling.
1.2.
Bij besluit van 24 januari 2017 heeft het Uwv vastgesteld dat appellante geen informatie heeft verstrekt. De voorlopige beoordeling dat appellante arbeidsvermogen heeft of kan ontwikkelen is daarom ongewijzigd gebleven. Dit heeft tot gevolg dat appellante met ingang van 1 januari 2018 recht heeft op een Wajong-uitkering van 70% van het minimumloon in plaats van 75% van het minimumloon. Bij brief van 5 december 2017 heeft het Uwv appellante hieraan herinnerd en haar geïnformeerd over de mogelijke gevolgen van de verlaging van haar uitkering.
1.3.
Op 8 december 2017 heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van
24 januari 2017. Het Uwv heeft appellante geïnformeerd dat het bezwaarschrift te laat is ingediend en gevraagd naar de reden daarvan. Appellante heeft in haar reactie geen reden gegeven voor de termijnoverschrijding. Zij heeft volstaan met de stelling dat zij van mening is tijdig bezwaar te hebben gemaakt. Bij besluit van 4 januari 2018 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaarschrift te laat is ingediend.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat appellante te laat bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 24 januari 2017, maar uitsluitend of appellante een geldige reden had voor de te late indiening van het bezwaarschrift. Hierbij lag het op de weg van appellante om aannemelijk te maken dat zij het besluit op een zodanig moment heeft ontvangen dat moet worden geoordeeld dat zij redelijkerwijs niet binnen de wettelijke termijn van zes weken bezwaar had kunnen maken en de overschrijding van de termijn verschoonbaar is. Daarin is appellante volgens de rechtbank niet geslaagd. De enkele stelling dat zij het besluit van 24 januari 2017 met vertraging heeft ontvangen is daarvoor onvoldoende.
3.1.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de verlaging van de Wajong-uitkering voor veel problemen zorgt en verzocht voor haar een uitzondering te maken.
3.2.
Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
Het oordeel van de rechtbank dat de overschrijding van de bezwaartermijn niet verschoonbaar is, wordt gevolgd. Appellante heeft niet aangetoond, dan wel aannemelijk gemaakt, dat de ontvangst van het besluit van 24 januari 2017 op een zodanig tijdstip heeft plaatsgevonden dat, gelet op de omstandigheden van het geval, moet worden geoordeeld dat redelijkerwijs niet binnen de termijn een – voorlopig – bezwaarschrift kon worden ingediend. Appellante heeft dit oordeel in hoger beroep ook niet inhoudelijk bestreden. In de gestelde ondervonden problemen door de verlaging van de Wajong-uitkering kan geen reden zijn gelegen voor een andersluidend oordeel, omdat daarin geen grond kan zijn gelegen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten in de zin van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
4.2.
Gelet op overweging 4.1 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van M.A.A. Traousis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2019.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) M.A.A. Traousis
md