Uitspraak
17.6932 WSF
OVERWEGINGEN
BESLISSING
vrijstelling van het griffierecht heeft afgewezen;
betaalde griffierecht van € 46,- voor de behandeling van het beroep terugbetaalt;
Centrale Raad van Beroep
Appellant had geen recht meer op het studentenreisproduct vanaf 1 januari 2017, omdat hij niet meer was ingeschreven bij een opleiding. De minister legde een OV-schuld op wegens het niet tijdig stopzetten van het studentenreisproduct op de OV-chipkaart. Appellant maakte bezwaar tegen deze schuld en tegen de afwijzing van zijn verzoek om vrijstelling van griffierecht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vrijstelling van griffierecht af omdat het inkomen van appellant hoger was dan 90% van de bijstandsnorm. In hoger beroep stelde appellant dat hij zijn studentenreisproduct wel had stopgezet, maar dat dit digitaal onwerkbaar was en dat hij door medische omstandigheden niet in staat was dit te regelen. Tevens betwistte hij het oordeel over het griffierecht.
De Raad oordeelde dat appellant recht had op vrijstelling van griffierecht omdat zijn inkomen lager was dan 90% van de bijstandsnorm en hij geen vermogen had. De afwijzing van dit verzoek door de rechtbank werd vernietigd en de griffier werd gelast het betaalde griffierecht terug te betalen. De OV-schuld werd bevestigd omdat appellant het reisproduct niet op de voorgeschreven wijze had stopgezet en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt om van de hardheidsclausule gebruik te maken.
De Raad veroordeelde de minister tot betaling van de proceskosten van appellant in hoger beroep.
Uitkomst: Vrijstelling van griffierecht wordt toegekend en OV-schuld wegens niet tijdig stopzetten studentenreisproduct wordt bevestigd.