ECLI:NL:CRVB:2014:2824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging OV-schuld na niet tijdig beëindigen reisrecht studiefinanciering
Appellant ontving studiefinanciering inclusief een studentenreisproduct dat hij op een OV-chipkaart activeerde. Na beëindiging van zijn studiefinanciering per 1 september 2011 bleef het reisrecht echter geactiveerd omdat appellant het niet tijdig bij de Minister deactiveerde.
De Minister stelde een OV-schuld vast wegens het ten onrechte beschikken over het reisrecht in de periode september 2011 tot en met januari 2012. Appellant voerde aan dat hij zijn OV-chipkaart had laten blokkeren na verlies en geen nieuwe had aangevraagd, waardoor hij meende dat het reisrecht was beëindigd.
De Raad oordeelde dat het reisrecht wettelijk pas wordt beëindigd door deactivering via de Minister en dat het blokkeren van de kaart bij het vervoersbedrijf dit niet vervangt. Onwetendheid over de regelgeving en het gebrek aan communicatie tussen Minister en vervoersbedrijf rechtvaardigen geen niet-toerekenbaarheid. De opgelegde schuld is reparatoir en niet punitief, waardoor toetsing aan evenredigheid niet aan de orde is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de opgelegde OV-schuld bevestigd.