ECLI:NL:CRVB:2019:460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing Wajong-uitkering wegens niet nakomen inlichtingenplicht over verblijf en stage in buitenland
Appellante ontving sinds 17 februari 2012 een Wajong-uitkering. Het UWV voerde in 2015 en 2016 meerdere verzoeken aan appellante om informatie over haar verblijf en stage in Spanje, die zij niet of onvoldoende heeft verstrekt. Ondanks herhaalde oproepen en waarschuwingen, waaronder een aangetekende brief, bleef de gevraagde informatie uit. Het UWV schortte daarom de uitkering per 1 september 2016 op op grond van artikel 2:49, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wajong.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze schorsing ongegrond omdat zij niet voldeed aan haar inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 2:7 van Pro de Wajong. In hoger beroep herhaalde appellante dat zij een korte stage in Spanje had gelopen en wegens gezondheidsredenen en administratieve omstandigheden niet in staat was de gevraagde informatie te verstrekken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht uit de beschikbare gegevens en het uitblijven van informatie een gegrond vermoeden kon afleiden dat appellante haar inlichtingenplicht niet nakwam. De aangevoerde omstandigheden van appellante zijn onvoldoende onderbouwd en leiden niet tot een ander oordeel. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de schorsing van de Wajong-uitkering wegens niet nakomen van de inlichtingenplicht.