ECLI:NL:CRVB:2019:461

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
7 februari 2019
Publicatiedatum
13 februari 2019
Zaaknummer
17/3824 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 63 ANWArt. 63a ANWArt. 13a ANWArt. 22 Verdrag sociale zekerheid Nederland-Marokko
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot bij overlijden

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2016. Haar echtgenoot had in Nederland gewerkt en gewoond, maar was in 1996 teruggekeerd naar Marokko en ontving een AOW-pensioen.

De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar echtgenoot in Nederland had gewerkt en zij daarom recht zou hebben op de uitkering.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de echtgenoot niet verzekerd was omdat hij niet meer in Nederland woonde of werkte en ook niet vrijwillig verzekerd was. Het ontvangen AOW-pensioen en het ontbreken van verzekering onder Marokkaanse wetgeving sloten aanspraak op de uitkering uit. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was ten tijde van zijn overlijden.

Uitspraak

17.3824 ANW

Datum uitspraak: 7 februari 2019
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2017, 16/6237 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2019. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Marijnissen.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot, geboren in 1941, heeft in Nederland gewerkt en gewoond en is in 1996 teruggekeerd naar Marokko, waar hij [in] 2016 is overleden. Hij ontving toen een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
1.2.
Appellante heeft een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Bij besluit van 25 mei 2016 heeft de Svb deze aanvraag afgewezen.
1.3.
Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is bij besluit van 17 augustus 2016 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar echtgenoot in Nederland heeft gewerkt en dat zij om die reden recht heeft op een ANW-uitkering.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
In dit geding dient te worden beoordeeld of terecht is vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering, omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.
4.2.
Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de ANW is verzekerd degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, maar ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen.
4.3.
Tussen partijen is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet meer in Nederland woonde of werkte. Hij was daarom op dat moment niet verzekerd op grond van artikel 13 van Pro de ANW. Het feit dat de echtgenoot in het verleden in Nederland heeft gewerkt, brengt niet mee dat hij op het moment van zijn overlijden verzekerd was. Dat de echtgenoot een pensioen ingevolge de AOW ontving, kan evenmin tot de conclusie leiden dat hij als verzekerde ingevolge de ANW kan worden aangemerkt.
4.4.
Voorts is niet in geschil dat de echtgenoot ten tijde van het overlijden niet vrijwillig verzekerd was voor de ANW, als bedoeld in artikel 63 en Pro 63a van de ANW.
4.5.
Op grond van gegevens van het Caisse Nationale de Sécurité Sociale staat vast dat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van Pro het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een nabestaandenuitkering bestaat.
4.6.
Uit overweging 4.1 tot en met 4.5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.M. van der Kade, in tegenwoordigheid van L. Boersma als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 februari 2019.
(getekend) M.M. van der Kade
(getekend) L. Boersma
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
md