ECLI:NL:CRVB:2019:476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig medisch onderzoek UWV bij beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig receptioniste, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving diverse uitkeringen op grond van de Ziektewet en Werkloosheidswet. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor enkele parttime functies. Appellante voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat haar wekelijkse behandelingen niet in de beoordeling waren meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar bracht geen nieuwe medische gegevens in die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad overwoog dat het UWV mocht varen op het eigen oordeel van de verzekeringsarts en dat het niet verplicht was aanvullende informatie op te vragen, tenzij er sprake was van een beredeneerd afwijkend standpunt van de behandelend sector. Verder werd geoordeeld dat de geselecteerde parttime functies het mogelijk maken behandelingen buiten werktijd te plannen en dat de door appellante genoemde therapeutische activiteiten niet als noodzakelijke medische behandeling gelden.
Gezien het ontbreken van nieuwe medische gegevens en onvoldoende aannemelijkheid van ernstiger beperkingen, bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.