Uitspraak
17.3340 WIA
22 maart 2017, 16/5898 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig technisch magazijnmedewerker, ontving een WGA-vervolguitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 63,44%. Na een herbeoordeling werd dit percentage verlaagd naar 34,39%, waarna de uitkering per 19 april 2016 werd beëindigd omdat het percentage onder de 35% lag.
Naar aanleiding van een bezwaar is een nieuw medisch en arbeidskundig onderzoek uitgevoerd, waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage verder werd verlaagd naar 26,22%. Het bezwaar werd gegrond verklaard en de uitkering beëindigd met inachtneming van een uitlooptermijn van twee maanden, per 20 september 2016.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verlagen van het percentage was gebaseerd op een zorgvuldige herbeoordeling van beperkingen en passende functies. Appellant stelde in hoger beroep dat het verbod op reformatio in peius werd geschonden omdat hij door het bezwaar slechter af zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verbod op reformatio in peius niet is geschonden, omdat verlaging van de uitkering per een toekomende datum is toegestaan en de uitlooptermijn is gerespecteerd. Ook werd geen onjuiste medische grondslag vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WIA-uitkering met inachtneming van de uitlooptermijn en wijst het hoger beroep af.