Uitspraak
17.1048 WIA
mr. M. Berkel, kantoorgenoot van mr. De la Parra, verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door W.H.M. Visser.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was werkzaam als huishoudelijke hulp en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten en bijkomende aandoeningen waren onderschat, dat zij een behandeltraject volgde dat haar beschikbaarheid beperkte en dat de arbeidsdeskundige onterecht bepaalde functies als geschikt had beoordeeld. Het UWV handhaafde het eerdere standpunt.
De Raad concludeerde dat de aangevoerde gronden een herhaling waren van eerdere bezwaren en onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische beperkingen in de FML waren passend, mede gezien aanvullende informatie van behandelaars en medicijngebruik. Er was geen aanleiding voor een verdere urenbeperking of benoeming van een onafhankelijk medisch deskundige. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.