ECLI:NL:CRVB:2019:512
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als elektromonteur, kreeg een loongerelateerde WGA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in per 18 oktober 2015 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, gebaseerd op een medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze intrekking ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De rechtbank vond dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat er geen nieuwe medische informatie was die tot twijfel over de beperkingen leidde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met psychische klachten en dat bepaalde functies ongeschikt waren vanwege concentratieproblemen en zenuwbeklemming. De Raad onderschreef echter de eerdere overwegingen, oordeelde dat de artsen zorgvuldig hadden gehandeld en dat de beperkingen juist waren vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.