ECLI:NL:CRVB:2019:530
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens ongeregistreerde snordersactiviteiten
In deze zaak staat de intrekking en terugvordering van bijstand over de maand november 2016 centraal. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de bijstand ingetrokken omdat appellant ongeregistreerde taxichauffeursactiviteiten (snordersactiviteiten) heeft verricht zonder dit te melden, waardoor hij de inlichtingenverplichting heeft geschonden.
Appellant betoogde dat er geen feitelijke grondslag was voor de intrekking omdat hij in november 2016 geen inkomsten uit snordersactiviteiten had. De Raad oordeelde echter dat het verrichten van snordersactiviteiten zelf, ongeacht daadwerkelijke inkomsten, een omstandigheid is die het recht op bijstand beïnvloedt. Appellant heeft op 22 november 2016 twee politieagenten in burger vervoerd en is toen aangehouden.
Verder verklaarde appellant tegenover politie en sociale recherche dat hij als snorder rijdt wanneer hij extra geld nodig heeft. Omdat appellant geen gegevens kon overleggen over de ritten en inkomsten, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de intrekking en terugvordering bleven in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstand over november 2016 worden bevestigd wegens het verrichten van ongeregistreerde snordersactiviteiten zonder melding.