ECLI:NL:CRVB:2019:531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde geldtransfers
Appellant ontving in diverse maanden tussen 2011 en 2015 meerdere geldtransfers uit het buitenland, variërend van €100 tot €2.400 per transfer, in totaal €11.530. Deze bedragen werden niet gemeld aan het college, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde. Het college introk daarop de bijstand over genoemde maanden en vorderde het onterecht ontvangen bedrag terug, vermeerderd met een brutering.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het was appellant, gelet op de omvang van de transfers en het vangnetkarakter van de bijstand, duidelijk dat deze inkomsten van belang waren voor het recht op bijstand. Ook het argument dat het geld niet van appellant zelf was, faalt.
Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij geen recht op terugvordering had, ondanks dat hij stelde dat het geld bestemd was voor de aanschaf van producten voor derden. De overgelegde verklaringen waren te algemeen en niet onderbouwd met controleerbare gegevens. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde geldtransfers wordt bevestigd.